De dader – Hassan Al D. – bood zijn excuses aan. “Ik dacht een soort van kwetsbaarheid te zien”, blikt Uzma terug. “Maar ik geloof hem niet. Zijn excuses zijn denk ik gebaseerd op waar hij nu zit, op het leven dat hij moet leiden in de gevangenis. Zo voel ik dat.”
Uzma beet de dader felle woorden toe, kreten die zijn geboren uit een mix van woede, verdriet en onmacht. “Wees niet bang, ik ga geen gekke dingen doen.”
Al drie jaar zonder Dani
Drie jaar al moet ze het nu doen zonder haar broertje. “Hij was zó lief. Ik ken niemand in mijn leven die zo met mij is geweest, zoals hij was”, vertelde ze eerder al eens.
De dagen voelen nog altijd als een zware deken. Voor haar én voor haar familie. “Het gemis wordt alleen maar groter. Dit had nooit mogen gebeuren. Mijn broertje hoort gewoon in mijn leven te zijn. Hoe meer tijd er voorbij gaat, hoe meer het een herinnering wordt. Dat vind ik heel eng. Dat ik straks bijvoorbeeld niet meer weet hoe zijn stem klonk.”
Hoe zwaar ze het ook heeft, ze strijdt voor in ieder geval één ding: “Ik wil dat er zo lang mogelijk over hem gesproken wordt.”







