Van laboratorium naar seminarie: scheikundige Nico (34) doet opleiding tot priester

Elise de Rooij



In het grootseminarie St. Willibrord in Heiloo begint de dag al vroeg. Het ochtendgebed en de mis zijn net ten einde, binnen bereiden seminaristen zich voor op de ochtendcolleges. Het gebouw is stil, op het zachte gezoem van een koffiemachine en echoënde voetstappen na. 

Tussen de muren waar vroeger een nonnenklooster gevestigd zat, verblijft de 34-jarige Nico Vennik uit Middenmeer in een van de kamers van het seminarie. 

Ooit studeerde hij af als scheikundige aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, nu volgt hij hier de opleiding tot priester.

“Ik vond de studie leuk, was er goed in, maar het gaf mij geen voldoening. Daardoor rees de vraag: wat ga ik hierna doen?” Hij geeft aan dat het idee om priester te worden niet meteen in hem opkwam. “Ik was nog erg zoekende, dacht er zelfs over na om docent te worden. Het plan om priester te worden speelde toen helemaal niet, dat kwam eigenlijk pas veel later”, vertelt Vennik.

Opgegroeid met het geloof

Opgegroeid in Middenmeer, in een gezin dat gelovig is, is Vennik altijd wel betrokken bij de kerk geweest. “Ik ben van huis uit katholiek opgevoed. Mijn moeder is van Poolse afkomst en mijn vader is op latere leeftijd gedoopt. Zelf ben ik ook gedoopt, heb de communie en vormsel gedaan, en ben jarenlang misdienaar geweest in de parochie van ons dorp.” 

Niets wijst er in zijn jonge jaren op dat hij zich echt volledig zou gaan richten op het geloof en de kerk. Toch maken de Wereldjongerendagen – een festival voor jongeren dat elke drie jaar door de rooms-katholieke kerk wordt georganiseerd – in Madrid, Krakau en Panama indruk op hem. “Dat heeft mij in het geloof doen groeien”, zegt Vennik.



Website

Lees ook deze artikelen