Maar een deel van het panel vindt de aandacht voor noodsituaties overdreven of noemt het zelfs ‘angstzaaierij’. Fred Schuurmans uit Alkmaar zegt daarover: “Ik wil ervoor waken in een soort paniekstemming te geraken, omdat er misschien ooit een verschrikkelijke ramp kan plaatsvinden. Ik blijf liever bij de gedachte dat er ook wel eens helemaal geen rampen kunnen plaatsvinden.”
Van uitgebreide noodvoorraad tot helemaal niets
Als er toch een noodsituatie ontstaat, zeggen veel panelleden dat ze ‘redelijk goed’ zouden kunnen omgaan met de situatie. Toch heeft meer dan de helft geen noodpakket in huis. Sommigen vinden dat niet nodig, omdat ze standaard al voldoende voorraad hebben. Anderen geven aan geen geld te hebben voor extra spullen, bijvoorbeeld omdat ze van een uitkering leven.
Willem Duivis uit Hoorn kocht zelf wel een noodpakket, maar is niet erg te spreken over de kwaliteit ervan. Hij vindt daarom dat de overheid betere pakketten zou moeten aanbieden.
‘Overheid moet voor noodpakketten zorgen’
Veel panelleden vinden dat de overheid moet zorgen voor noodpakketten. Wie belasting betaalt, mag volgens hen verwachten dat de staat verantwoordelijk is voor veiligheid en basisvoorzieningen in crisistijd.
Andere deelnemers benadrukken juist de eigen verantwoordelijkheid. Remi uit Haarlemmermeer pleit er in ieder geval voor dat iedereen iets in huis haalt: “Als ik mij met het gezin voorbereid en de buren niet, laat je ze ook niet aan hun lot over. Als je samen een beetje doet, kom je er als collectief samen uit.”
Noodplannen ontbreken
Ruim 70 procent van de panelleden heeft geen noodplan opgesteld voor een noodsituatie. Veel deelnemers zeggen het lastig te vinden om afspraken te maken met bijvoorbeeld familie of buren zolang niet duidelijk is voor welk soort ramp ze zich moeten voorbereiden.
Toch zijn er enkele uitzonderingen. “We hebben met enkele familieleden afgesproken dat we samenkomen op een locatie die het minst last heeft van wat er op dat moment zich afspeelt. Daarna passen we ons aan wanneer de situatie daarom vraagt”, zegt een inwoner uit Hoorn.







