Historici onderzoeken tienduizenden Haarlemse ‘doodsbriefjes’

Elise de Rooij



“Voor de steden Amsterdam en Maastricht hebben we dit eerder al gedaan”, vertelt Mayra Murkens, universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met historici van andere universiteiten is ze betrokken bij het project Doodsoorzaken, dat overlijdensgegevens uit verschillende grote Nederlandse steden doorzoekbaar moet maken.

Murkens: “We wisten al dat in de 19e eeuw infectieziekten en besmettelijke aandoeningen vaak de boosdoener waren. Wat door dit onderzoek opvalt, zijn de grote regionale verschillen.”

Zuigelingensterfte

“Zo blijkt dat het aantal gevallen van zuigelingensterfte in Amsterdam erg sterk verschilt ten opzichte van Maastricht. In het noordwesten van het land neemt de zuigelingensterfte al vanaf ongeveer 1870 af, terwijl dat in Maastricht bijvoorbeeld pas echt vanaf 1915 gebeurt.”

Die conclusie trok Murkens nadat de doodsbriefjes in beide steden tot datasets waren verwerkt en de cijfers goed met elkaar waren te vergelijken. Datzelfde proces wordt nu toegepast op de Haarlemse doodsbriefjes. 

Daarbij maken de universiteiten gebruik van ‘citizen scientists’, oftewel burgerwetenschappers. “Die gaan alle scans van de doodsbriefjes en dodenregisters langs. Zij ontcijferen de handgeschreven teksten en verwerken deze gegevens tot digitale data”, legt Murkens uit.

Tekst loopt door onder de foto.



Website

Lees ook deze artikelen